OPAT staat voor Outpatient Parenteral Antimicrobial Therapy. Patiënten met een indicatie voor (langdurige) intraveneuze antimicrobiële therapie kunnen in aanmerking komen voor behandeling in de thuissituatie. In het UMC Utrecht werkt een multidisciplinair team samen om het proces van OPAT veilig en efficiënt te laten verlopen.
Aanmelden
Alle patiënten dienen aangemeld te worden bij Bureau Zorgbemiddeling (BZU). Dit doe je door een order te plaatsen in HiX voor infuustherapie met antibiotica, via ‘Aanvraag nazorg (klinisch)’ of ‘Aanvraag nazorg (poliklinisch)’. Plaats de order zo vroeg mogelijk bij BZU om vertraging in het proces te voorkomen.
Bij BZU wordt de aanmelding beoordeeld door een OPAT-verpleegkundige, onder supervisie van een (kinder)infectioloog. Deze beoordeelt aan de hand van criteria of de patiënt veilig naar huis kan (zo zijn bijvoorbeeld stabiele spiegels nodig bij aminoglycosiden en vancomycine). Ook wordt gekeken of de therapie passend en praktisch haalbaar is in de thuissituatie. De transferverpleegkundige beoordeelt of thuiszorg voor de betreffende patiënt georganiseerd kan worden. De eerste dosis van het middel wordt altijd op de afdeling/dagbehandeling toegediend.
Criteria
- Patiënt is klinisch stabiel,medisch ontslagklaar en het medisch beleid staat vast.
- De ontslagdatum is bekend.
- Antibiotisch beleid is afgestemd met (kinderen)infectieziekten en/of medische microbiologie
- ≥4 dagen intraveneuze antimicrobiële therapie is vereist (minimaal 2 dagen antibiotica intraveneus thuis), er is een duidelijke stopdatum en orale therapie is niet mogelijk.
- Antibioticum is opgenomen in het OPAT-formularium.
- Indien niet: OPAT-verpleegkundige overlegt met dienstdoende poliklinisch apotheker of met infectioloog voor een passend alternatief.
- Het antibioticum is geschikt voor patiënt.
- Er zijn duidelijke afspraken rond labcontroles en spiegelbepalingen (indien nodig), controleafspraken en aanspreekpunten geformuleerd.
- Audiogram is/wordt uitgevoerd in geval van tobramycine, gentamicine, amikacine.
- Er is een geschikte intraveneuze toegang en een duidelijk lijnbeleid na afronden van de therapie.
- De patiënt en thuissituatie zijn geschikt voor toediening in de thuissituatie en thuiszorg is te organiseren.
Zie voor de volledige criteria de Werkbeschrijving OPAT.
Hoe gaat het verder?
Voldoet de patiënt aan alle voorwaarden en kan thuiszorg geregeld worden, dan wordt de aanvraag verder in gang gezet. Is de aangevraagde therapie niet passend of praktisch niet haalbaar? Dan wordt telefonisch een alternatief voorstel besproken met de behandelaar.
- De behandelend arts stuurt via HIX een digitaal recept naar de apotheek van het UMCU met een stopdatum. Wanneer voor 11.00 uur de aanvraag en het recept zijn afgerond kan bereiding door de apotheek in gang gezet worden en is levering van de medicatie meestal de volgende werkdag mogelijk.
- De hoofdbehandelaar maakt orders voor de afgesproken labcontroles en controle-afspraken (aminoglycosiden en vancomycine worden door BZU aangevraagd bij Saltro).
- De transferverpleegkundige bezoekt de patiënt op de afdeling of bespreekt telefonisch om informatie te geven over de thuisbehandeling, toediening en thuiszorg.
- De hoofdbehandelaar is verantwoordelijk voor controleafspraken en monitoring van de effectiviteit, bijwerkingen en spiegels. Plan de controleafspraak ruim voor de stopdatum, zodat een verlenging tijdig aangevraagd kan worden. Indien verlenging of aanpassing van de therapie nodig is, dient dit doorgegeven te worden middels een order (infuustherapie wijzigen) aan BZU en een nieuw recept. Meldt ook het eerder stoppen met behandeling of een opname van de patiënt bij BZU, zodat deze de levering en thuiszorg kan stopzetten.
Contactgegevens
- OPAT: 59259 op werkdagen van 8.00-16.30u, of via bzu@umcutrecht.nl
- Poliklinische Apotheek: 67778 of apotheekumcutrecht@umcutrecht.nl
- Dienstdoend poliklinisch apotheker: 60254 (voor overleg over spiegels: bel 74488 (volwassenen) of 75340 (kinderen))
Overzicht OPAT-middelen
Zie de overzichtslijst infuustherapie thuis.